Blue Flamingo doet New Orleans

BLUE FLAMINGO goes BIG EASY (deel 1)
Ik heb de Mardi Gras overleefd en heb vannacht 12 uur geslapen. Wat een stad! Ik denk dat er geen plek ter wereld is waar ik zoveel over heb gelezen, geschreven en gedroomd en toch overtreft het alle verwachtingen. Alle reizen die ik eerder heb gemaakt door de Cariben komen hier samen. Jelly Roll had het startschot gegeven voor mijn zoektocht naar “The Spanish Tinge and the French Connection” en bij de finish staat hij mij nu op te wachten.
Een van mijn mooiste ervaringen tot op heden had ik op Mardi Gras Day om half zes in de ochtend in de beruchte Afro-Amerikaanse wijk Treme. Dit is de wijk waar Jelly Roll ooit woonde en tevens de wijk vanwaar Mardi Gras Indians en Sculls and Bones uitwaaien over de rest van de stad. In de jaren ’70 was dit de plek waar de “rebirth of brass” heeft plaats gevonden. Jonge Brass Bands gingen traditionele jazz mengen met funk, R&B en moderne Jazz.
Ik stond met een Franse cameraploeg en een paar fanatieke Gothics te wachten bij de ingang van The Treme Backstreet Museum toen net na zonsopgang als skeletten verklede Sculls and Bones’ de straat in kwamen lopen; enkele van hen op stelten. In de oranje gloed van de eerste zon zag het er onwerkelijk, afschrikwekkend en prachtig uit. Ik ben hen gevolgd door de wijk. Op ieder ander moment zou het niet zo’n goed idee zijn om in de laatste schemer van de nacht door deze wijk te banjeren, maar de Sculls vonden het grappig dat er mensen nog vroeger dan zij uit bed waren gekomen om hen te zien (dankzij mijn jetlag was dat voor mij overigens geen probleem) en bovendien geeft de autoriteit van een camera ploeg ook altijd wel goed dekking. Onder luid gebrul, en het uitslaan van jungle kreten liepen The Sculls door de stille, verlaten straten. Met gedroogde varkens poten klopten zij op de deuren van de historische houten huisjes die je ook elders in Cariben vindt.
“Wake up, wake up, it’s Mardi Gras morning” Aan het einde van de tocht vormden de Sculls een cirkel en begonnen zij te dansen en te zingen: “You better get your life together, cause next time you see me it will be to late”
Weer terug bij The Backstreet Museum had zich er een kleine menigte verzameld die zich warm stond te dansen op “the Meters”. Dit jaar is de winter koud in New Orleans.
De sfeer was erg relaxed en gezellig. Ik raakte in gesprek met diverse mensen waaronder de auteur van mijn Lonely Planet. Hij heeft mij later met de scooter naar een plek gebracht waar ik volgens hem het beste zicht had op de Zulu Parade. Dat was in Basin Street, nabij de St Louis Cemetery No1, de oudste begraafplaats van de stad. Voodoo priesteres Marie Laveau ligt hier begraven.
Waar je op Canalstreet over de hoofden van alle dagjes mensen en toeristen kunt lopen, was dit duidelijk het deel van de route waar de Afro-Amerikaanse gemeenschap van New Orleans zijn eigen feestje vierde. Er werd ge-bbq’d, kinderen, waarvan sommige waren uitgedost als Zulu, speelden in het gras en ouderen hadden zich naast koelboxen genesteld in de zon. Ik had meteen weer aanspraak. Mensen zien meteen dat je uit Europa komt en bovendien vallen mijn Borsalino en slobkousen hier erg in de smaak. New Orleans is een hoeden stad bij uitstek. Gisteren heb ik bij Meyer the Hatter, de meest uitgebreide hoedenwinkel waar ik ooit ben geweest, eindelijk een Homburg Panama gevonden (model Poirot, maar dan gevlochten van stro). Laat de zomer maar komen!
De Zulu parade was erg amusant. King Zulu, Mr. Big Shot, Queen Zulu, Medicine Man, ieder had zijn eigen float. De Brass Bands funkten er flink op los. Vanaf de wagens werden glimmende kettingen het publiek in gegooid. Het is een sport om er zoveel mogelijk te verzamelen. De meest begeerde van alle Mardi Gras throws is echter de Zulu coconut. Deze worden slechts sporadisch weggegeven en mensen doen er alles voor om deze trofee der trofeeën te bemachtigen; wat dus in de meeste gevallen niet lukt. Zoals ik al zei val ik nogal uit de toon tussen alle Afro-Amerikanen met hun gouden tanden en baseballpetjes. Uiteindelijk liep ik zwaar behangen met kettingen en maar liefst twee Zulu Coconuts naar mijn hotel.
Nog tien dagen in New Orleans en tien dagen tot mijn CD release.

BLUE FLAMINGO goes BIG EASY (deel2)
Hula Mae’s Laundry, tegenover het Louis Armstrong Park, mag binnen de muziekgeschiedenis gezien worden als gewijde grond. In de jaren ’50 bevond zich in dit pand Cassimo Matassa’s J&M Music Shop. Het bij de voordeur in de vloer ingelegde J&M logo herinnerd nog aan deze tijd. Achter in de zaak, op de plek waar mensen nu hun natte was in de droger stoppen, werd muziek geschiedenis geschreven. Hier bevond zich de opname studio waar Fats Domino en Dave Bartholomew sleutelden aan wat de ‘New Orleans Sound’ zou gaan heten. Blue Berry Hill, I’m Walking en Ain’t That a Shame werden hier opgenomen. Ray Charles nam er zijn eerste hits voor Atlantic op. Little Richard bijna al zijn grote hits voor Specialty waaronder Tutti Frutti, Lucille en Good Golly Miss Molly. Zes jaar voordat hij de wereld zou veroveren met zijn Great Balls of Fire, nam een zestienjarige Jerry Lee Lewis hier zijn eerste demo op. Roeland Byrd alias Professor Longhair, Huey Smith, Lloyd Price, Smiley Lewis, Tommy Ridgley, Lloyd Glenn, Paul Gayten, Lee Allen, Shirley & Lee en Joe Turner zijn slechts een greep uit de vele artiesten die vanuit dit gebouw hun stempel hebben gedrukt op de geschiedenis van de R&B, Rock ‘n Roll en vroege Soul. Ik kan bijna niet wachten tot ik genoeg vuile was heb verzameld om weer naar de wasserette te gaan.

BLUE FLAMINGO goes BIG EASY (deel 3)
Terwijl mijn was in de droger zat las ik in de Times-Picayune, de belangrijkste krant van New Orleans, dat er dezelfde middag een Jazz funeral zou plaats vinden. Dit maal was er echter niemand overleden, maar betrof het een ludieke actie van een groep Saints suporters die bekend stond als de Aints. Zij schaamden zich zo voor de resultaten van hun footballteam dat zij jaren geleden met papieren zakken over hun hoofd bij wedstrijden begonnen te verschijnen. Zij knipten twee gaten in de zak om de wedstrijd te kunnen gade slaan en een extra groot gat om toch alle versnaperingen tot zich te kunnen nemen. Zoals zoveel dingen in deze stad werd dit al snel folkloristische traditie. Onlangs wonnen de Saint tegen ieders verwachting in de Super Bowl. Een enorme opsteker voor de stad die met Katrina een haast onoverkomelijke klap te verwerken kreeg. De overwinning viel samen met de Mardi Gras en volgens velen heeft de stad sinds jaren niet meer zo uitzinnig feest gevierd. De hele stad hangt vol met Saint vlaggen en het is nog steeds het gesprek van de dag.
Enfin, de Aints achtten de tijd na deze grote overwinning rijp om hun papieren zakken ten grave te dragen.
De parade zou, hoe kan het ook anders, starten in de Afro-Amerikaanse wijk Treme. Toen ik daar aankwam was de sfeer al broeierig. De brass band stond op het punt om te vertrekken. Op een kar, die werd getrokken door twee witte paarden, hadden de Aints een doodskist geplaatst met daarin hun zakken. Ik hield mijn camara in de aanslag. Een tuba zette een funky baslijn in. Na twee maten viel ook de rest van de band in. Versierde parasols gingen de lucht in en de stoet kwam in beweging. Ik had mijn camera net aangezet toen ik in mijn lens een bekend gezicht herkende. Was dat Lenny Kravitz? Ik volgde hem met mijn camera. Hij draaide zich lachend om en zei:’ What’s up man?’ Dansend in de menigte volgde ik de band de hele route tot aan Frenchmenstreet. Ik kon wel huilen van geluk. Een echte second line parade en daar hoefde niemand voor te sterven.
Ik hoorde achteraf van een Aint dat Kravitz evenals enkele andere sterren zo nu en dan met een zak over zijn hoofd mee ging om anoniem naar een wedstrijd te kunnen kijken. Ik weet niet of dat waar is. Maar wat heeft een superster als Kravitz anders te zoeken in een rauwe buurt als Treme.

Stay tuned!
ZIYA ERTEKIN alias BLUE FLAMINGO

Comment on this post